Sint-Thomas van Kantelberg

GESCHIEDENIS SINT-THOMAS VAN KANTELBERG

De oude Peellaertkapel (1680 - 1871) 

Peellaertkapelk

Aan de oorsprong van de parochie Sint-Thomas van Kantelberg ligt de O.L.Vr.kapel, beter bekend als de “Peellaertkapel”.     Op 13 december 1673 vroeg Thomas van der Plancke de toelating om op zijn domein (ten zuiden van een druk belopen weg, de tegenwoordige Maalsesteenweg) een kapel te mogen oprichten ter ere van de Maagd Maria. De bisschop verleende toelating, maar stelde enkele voorwaarden. De kapel moest behoorlijk toegerust en onderhouden worden. Men mocht er geen mis laten celebreren, want dat zou nadelig zijn voor de H. Kruisverheffing te Sint-Kruis. (De offergaven moesten trouwens aan die kerk worden afgestaan).De kapel was klein, nauwelijks 12 vierkante meter. Aan de voorkant had ze een bakstenen puntgevel met zadeldak, aan beide kanten versierd met een vierkantig torentje met een kruis. In het midden van de gevel stak een nis met daarin een Mariabeeld. Daaronder, op een stenen plaat boven de ingangsdeur, stond het inschrift:

“Toegewijd ter ere Gods en van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria op de 17 Junius 1680”

De hernieuwde Peellaertkapel (1871 - 1951)

oude kerk2k

Na verschillende eigendomsoverdrachten kwam het landgoed in het bezit van baron Eugène de Peellaert, die daar in 1831 ging wonen samen met zijn echtgenote Hortense van Hoonacker. In 1871, na toelating van Mgr. Faict, liet Eugène de Peellaert de kapel vergroten. Op donderdag 11 januari 1872 kwam Mgr. Faict de kapel inwijden. Hij gaf haar toen het statuut van privé oratorium met toelating er de mis te celebreren op zondag, maar niet op grote kerkelijke feestdagen en evenmin op andere bijzondere dagen. De eindmuur van de oorspronkelijke kapel werd doorbroken en er werd een dwarsbeuk met driezijdig koor gebouwd. De buitenzijden van dit transept hadden elk een venster met middenstijl en spitsboog en in een puntgevel daarboven een roosvenstertje. Het koor had drie zijden met een fries onder de dakgoot, en drie vensters met middenstijl en spitsboog. In een buitenmuur werden in kalksteen 2 medailles aangebracht. Ze stelden 2 kinderkopjes voor.    

Een nieuwe noodkerk voor Male
Er was een sterke devotie voor de kapel. Tijdens de meimaand trokken heel wat mensen naar de kapel op bedevaart en om er de mis bij te wonen. Gaandeweg begonnen bejaarden en zieke mensen van Male die niet of nauwelijks in staat waren om op Vivenkapelle, Sijsele of Sint-Kruis de mis bij te wonen, de kapel als parochiekapel te beschouwen. Ook andere zieken en bejaarden voegden zich bij hen.     Er moest dus verandering komen. Kanunnik Alberic Decoene, stichter van deze parochie, besloot dan ook op zondag eucharistie te vieren in de meisjesschool. Daartoe diende men elke week een klaslokaal om te bouwen tot liturgische ruimte. Ook die noodoplossing kon niet blijven duren. Vandaar dat toestemming verleend werd om naast de school een kapel met zaal te bouwen. De oorspronkelijke bedoeling was kerk en feestzaal in één ruimte onder te brengen. Het altaar zou in een nis geplaatst worden en een rolluik zou nis en toneelzaal van elkaar gescheiden houden. Bij het bouwen werden de plannen gewijzigd en werd de bovenzaal als feestzaal ingericht. De kapel werd op 21 oktober 1951 ingezegend en genoemd naar haar patroon Sint-Thomas van Kantelberg. Het besluit tot oprichting van de parochie Sint-Thomas van Kantelberg werd uitgevaardigd door Mgr. E.J. De Smedt, bisschop van Brugge, op 16 oktober 1961. Albert Schotte werd als eerste pastoor aangesteld. Intussen bleef men hopen op een eigen nieuwe kerk. Plannen daartoe werden gemaakt en gewijzigd, maar alles bleef in de papieren steken.  

 

Een nieuwe parochiekerk voor Male 
Na enkele mislukte onderhandelingen kregen de kerkbouwplannen in het voorjaar van 1989 opnieuw aandacht. En de eerste gesprekken werden gevoerd met het stadsbestuur en het bisdom.Voor de tweede maal werd een ideeënwedstrijd uitgeschreven. Op 12 mei 1990 werden de vijf inzendingen beoordeeld door een jury. De jury koos het werk van ‘Groep 3', het driemanschap H. Markey, O. Vermandele en H. Verbeke. Na het uiteenvallen van deze ‘Groep 3' nam H. Markey het werk op zich. In 1991 volgden de goedkeuringen van het financieringsplan door het schepencollege (17 mei) en de gemeenteraad (25 juni), door het bisdom en de provincie ( in november) en door het Ministerie van Justitie en de Vlaamse Gemeenschap (3 december). De openbare aanbesteding van de ruwbouw volgde in mei 1993 en op 9 juni werd het werk toegewezen aan de Brugse Algemene Bouwonderneming. Op 17 januari 1994 kwam van Koning Albert II het Koninklijk Besluit tot het bouwen van de huidige parochiekerk. Op 15 maart al werden de werkzaamheden aangevat en op 9 december was de ruwbouw af en kon de mei geplant worden. Kopzorgen! Bergen werk! Een smak geld en... Wie zal dat betalen? De Vlaamse Gemeenschap en het bisdom leverden hun bijdrage, net als de stad Brugge, die bovendien de grond bezorgde en instond voor de omgevingswerken. Daarmee was de beurs nog niet voldoende gespekt. Maar de eigen gemeenschap wist weer eens van aanpakken en organiseerde met wisselend succes: iemand van de parochie zorgde voor een werfwagen als spaarpot in de kerk; in 1992 en 1994 werden concerten gegeven in de Walburgakerk; in 1992 werd er ook een tentfeest georganiseerd op het terrein voor de latere kerk en nog in 1992 werd een schrijfactie op de parochie gehouden, gevolgd in 1993 door een gelijkaardige actie voor alle priesters en religieuzen van het Vlaamse land. En vooral - hoe kon het anders in dit Male dat met zijn stoeten een serieuze reputatie had opgebouwd - er kwam een indrukwekkende Reuze Reuzenstoet in de helaas doorsopte zomer van 1993. Weer eens hebben “vele handen licht werk gemaakt”. Dankzij de eendrachtige inzet van velen kon de droom van “een nieuwe kerk voor Male” gerealiseerd worden, en haar inwijding op zondag 25 juni 1995 was een bron van intense vreugde voor onze parochiegemeenschap. Een nieuwe parochiekerk bouwen lijkt vandaag de dag niet evident: de mispraktijk loopt terug, overheidsgelden zijn schaars en andere noden dringen zich op.En toch heeft men op Male een nieuwe kerk gebouwd. Een nieuwe kerk is: * Een dienst aan de gemeenschapHet is mensen een cultusplaats geven die centraal gelegen is, mensen een ruimte schenken die verwijst naar God en het mysterie en die ruim genoeg is voor grote momenten en feesten. * Een daad van geloofEen kerk bouw je omdat je gelooft in God, omdat Hij belangrijk is in het leven. Het is Hem een plaats geven in de gemeenschap. * Parochie opbouwKerk wordt gemaakt met mensen - het is gemeenschap opbouwen. “Als wij een kerk willen bouwen, doen wij dat tot eer van God en tot opbouw van de gemeenschap”