Religieuze Gemeenschappen in Sint Kruis

Artikelindex

In Sint-Kruis verblijven er, anno 2014, enkel nog in het klooster in de dorpskern en op Male, zusters van de “stichtingen” van de congregatie van de Zusters van Maria van Pittem.
 
In de gebouwen van de Zusters van de Kindsheid van Maria Ter Spermalie in de Polderstraat zijn er geen kloosterzusters meer, alsook niet in de Sint-Trudo-abdij van Male, tot 2013 de verblijfplaats van de Reguliere Kanunnikessen van het Heilig Graf. Ook de Spaanse zusters van de congregatie 'Servantes de Maria' die tijdens de tweede helft van de vorige eeuw in het oud landhuis, “het Groen Kasteeltje”, in de Altebijstraat niet ver van de Kruispoort resideerden, zijn er niet meer. In de jaren vóór de eerste wereldoorlog was het kasteel Warren in de Polderstraat de verblijfplaats van een twintigtal zusters van "Les Soeurs de Notre Dame de Moulins".

Met dank aan Johan Duyck, auteur rubriek religieuze gemeenschappen

 

ZUSTERS VAN MARIA VAN PITTEM, SINT-KRUIS 
Pastorieweg , 8310 Sint-Kruis
tel. 050 35 41 05
e-mail:  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Kan. Decoeneplein 2, 8310 Sint-Kruis
telefoon: 050 36 08 71 
meer info op de website van de Unie van de Religieuzen van Vlaanderen. (klik hier)
 
ZUSTERS VAN DE KINDSHEID VAN MARIA TER SPERMALIE
Snaggaardstraat 9, 8000 Brugge
Telefoon: 050 340341
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
meer info via de website: klik hier
  

 


ZUSTERS VAN MARIA VAN PITTEM

De zusters van de Sint-Kruise stichting van de Zusters van Maria van Pittem verhuisden eind 1930 naar de nieuwe klooster- en aanpalende schoolgebouwen in de Pastorieweg die op 18 december van dat jaar door de toenmalige bisschop van Brugge, Henricus Lamiroy, werden ingewijd. Meer dan een halve eeuw hebben vele zusters van die congregatie, voornamelijk aan de plaatselijke jeugd, onderwijs gegeven; hun belangrijkste taak naast missionering en bejaardenzorg. 
 
Klik hier voor een tabel waarin alle Zusters van Maria van Pittem die in Sint-Kruis geboren zijn, worden vermeld. In de tabel staan achtereenvolgens: de familienaam, de doopnaam (voornaam), de kloosternaam, het jaar van geboorte en, indien reeds overleden, de plaats en het jaar van overlijden. 
 
Het roosvenster in de kloosterkapel, een voorbeeld van plaatselijk religieus erfgoed 
In de nok van de westmuur van de kapel van het klooster van de Zusters van Maria in de Pastorieweg in Sint-Kruis schittert een kleurrijk roosvenster, verdeeld in vier medaillons. Bovenaan prijkt de gekroonde Heilige Maria, patronnes van de Orde, met haar koninklijke mantel, zetelend in een veld van witte lelies. Klik hier voor uitgebreide informatie.

roosvenster

 Foto: Monique Depraetere

 


ZUSTERS VAN DE KINDSHEID VAN MARIA TER SPERMALIE BRUGGE

De Zusters van de Kindsheid van Maria ter Spermalie Brugge kwamen op het einde van de jaren 1880 naar de gebouwen van het toenmalige “Wezengesticht”- het huidige Nieuwland - om er in te staan voor de opvang en de opvoeding van wezen en verwaarloosde kinderen. 

Enige tijd geleden werd er op dat domein een blauwstenen gedenksteen gevonden met daarop de namen van dertien zusters die in “ ’t Weezenhuis van ’t Heilig Hert” zijn overleden.

gedenksteen zusters der kindsheid van Maria

 

De opsomming op de gedenksteen van overleden zusters van Spermalie in het Wezengesticht van Sint-Kruis begint met zuster Macaria (Maria Van Iseghem), overleden in 1922, en eindigt met zuster Ignace (Herminie Sobrie), overleden in 1944 (foto: Michel Van den Brande, archief WHSK).

                       

 

De meeste Spermaliezusters van het Wezengesticht werden begraven op het noordelijk deel van het kerkhof rond de dorpskerk van Sint-Kruis, in de schaduw van de grote taxusboom.
Vanaf 1952 worden zusters van Spermalie begraven in rij 50B van de begraafplaats op het einde van de Pastorieweg.

grafsteen zusters van spermalie
Het grafmonument op de huidige begraafplaats van de Zusters van Spermalie in Sint-Kruis.
Op de drieledige grafplaat staan, in volgorde van overlijden, zuster Felicitas, gestorven in 1952, tot zuster Dora Hanssens, gestorven in 2013.

 

 

 


REGULIERE KANUNNIKESSEN VAN HET HEILIG GRAF

In het begin van de jaren 1950 werd de gehele site van het kasteel van Male in Sint-Kruis door eigenaar Charles Gillès de Pélichy overgedragen aan de Reguliere Kanunnikessen van het Heilig Graf. Bij deze zusters Augustinessen, die uit Turnhout waren overgekomen, sloten zich de laatste zusters van de Brugse Sint-Trudo-abdij aan en samen stichtten zij in het historische kasteel de nieuwe abdij Sint-Trudo Male.

kapel abdijmale
De kapel van de abdij, met daarin de bekende kruisweg van Servaes, werd destijds grondig gerestaureerd dank zij pater Nicolaus De Roover, de laatste Duinheer die in 1833 werd begraven op het kerkhof van Sint-Kruis. 
Foto: Monique Depraetere

 

In de bibliotheek van het klooster hing een lijst van de zusters die sedert hun verblijf in Male gestorven zijn. Zij werden begraven in de immergroene begrafenistuin in het bos van het kasteel. 

kerkhof abdijmale
De sobere stemmige begraafplaats van de “zusters van Male”

 

zustermale
In de periode 1954-2012 zijn 26 zusters van de Sint-Trudo abdij in Male gestorven 
foto: Michel Van den Brande

In 2013, bij de verhuis van deze Maalse kloostergemeenschap naar het klooster van de Hospitaalzusters van Sint-Jan in Brugge, werd deze begraafplaats opgeheven en werden alle overleden zusters overgebracht naar een nieuwe site op de Brugse begraafplaats Blauwe Toren.


 DE SPAANSE ZUSTERS VAN DE CONGREGATIE “SERVANTES DE MARIA”

Tijdens de tweede helft van de vorige eeuw verbleef er een kleine gemeenschap van een tiental Spaanse zusters in Sint-Kruis, in het oud landhuis, “het Groen Kasteeltje”, in de Altebijstraat niet ver van de Kruispoort. Ze waren in 1962 vanuit Knokke en Westkapelle overgekomen naar Brugge op vraag van de toenmalige Sint-Jozefkliniek aan de Komvest.
Deze zusters behoorden tot de congregatie van de “Dienstmaagden van Maria”, in 1851 gesticht door Moeder Soledad Torres, die in 1970 heilig werd verklaard door Paulus VI. Ze waren allen gediplomeerde verpleegsters die zich toelegden op het verzorgen van zieken tijdens de nachtdienst in de Sint-Jozefkliniek. Daarbij deden ze op aanvraag ook gratis waakdienst bij particulieren thuis. Na het nachtwerk stonden er iedere morgen om 7.30 uur een misviering en religieuze meditatie op het programma. In de namiddag gingen de zusters met dienst slapen om terug fit te zijn voor het komende nachtwerk. Deze unieke dienstverlenende religieuze gemeenschap straalde een groot charisma uit en genoot een grote waardering bij de Brugse bevolking.
 

DE ZUSTERS NOTRE DAME DE MOULINS IN SINT-KRUIS 

In de jaren vóór de eerste wereldoorlog (1904-1913) verbleef een gemeenschap van een twintigtal Franse religieuzen in het kasteel Warren in de Polderstraat in Sint-Kruis. Zij waren afkomstig van de stad Moulins in het centrum van Frankrijk en waren naar België gekomen vanwege de antiklerikale politiek van de toenmalige Franse regering. Door bemiddeling van het Engels klooster verkregen de zusters onderdak in het kasteel Warren dat toen, door de familie van de bekende priester-politicus Leon de Foere, juist verkocht was aan A. Demeester, de latere directeur van Spermalie.

 

warrenkasteel

Ingang van het huidige kasteel Warren in de Polderstraat 64-66 in Sint-Kruis (foto M. Depraetere)

 

Het destijds zeer vochtige kasteel was echter niet geschikt voor de goede gezondheid van de zusters, die bovendien geldgebrek leden en hoofdzakelijk afhankelijk waren van giften door rijke weldoeners. Naast het bisschoppelijk verbod om hier een openbare bidplaats op te richten en om geldinzamelingen te organiseren, vonden de zusters nog het ergst dat zij, om niet in concurrentie te treden met de plaatselijke school, ook geen onderwijs mochten verstrekken. Bij vooral de jongere zusters was de verveling dan ook groot en, mede omwille van het groeiend tekort aan leerkrachten in het thuisland, vertrokken een aantal zusters terug naar Moulins of naar een nieuwe stichting van de orde in Budapest. In 1913 verhuisde gans de communauteit vanuit Sint-Kruis naar een nieuw verblijf in het bisdom Namen en maakte daar, in ongunstige omstandigheden, de eerste wereldoorlog mee. In 1919 vertrokken alle zusters definitief terug naar Moulins.


DE ZUSTERS VAN ONZE LIEVE VROUW VAN ZEVEN WEEEN

De zusters van O.L. Vrouw van Zeven Weeën WZC Jeruzalem, Stijn Streuvelsstraat 1, Brugge verlaten hun klooster om zich te vestigen in het nieuwe WZC Westervier, Speelpleinlaan 44 te Sint-Kruis.
(tekst K&L, 08 april 2015 - Wilfried Desrumaux)

Maar wie zijn ze, de Zusters van Jeruzalem?
Hiervoor moeten we terugklimmen tot in de 17de eeuw.


De Congregatie van de Zusters Apostolinnen wordt in 1680 te Antwerpen door Agnes Baliques, ‘een godvrezende dochter’, gesticht. De aanvankelijk kleine gemeenschap wordt onder de bescherming geplaatst van de Onbevlekte Ontvangenis van de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria en vaak ook zo genoemd.

De eerste Apostolinnen leggen zich toe op de oefeningen van godsvrucht, op het inwendig leven en op de geestelijke en lichamelijke werken van barmhartigheid. Het bijzondere doel van de congregatie is arme meisjes te onderwijzen, hen te onderrichten in de christelijke leer en hen het kantklossen aan te leren.

De congregatie groeit aan en verspreidt zich naar Mechelen. Onder impuls van Mgr. H. van Susteren, bisschop van Brugge en goedkeuring van de Algemene Overste van Antwerpen, komen enkele zusters naar Brugge. We schrijven 1717.

In Brugge verblijven de zusters op verschillende plaatsen. Hun eerste huisvesting is een oud klooster in de Ganzestraat. Daarna verhuizen ze naar de Ezelstraat in een leegstaand klooster van de zusters Teresianen. Het klooster wordt na twee jaar op besluit van keizer Jozef een militair hospitaal, in de volksmond de kazerne van de Apostolientjes, nu Ryelandzaal.
Wederom moeten de zusters een nieuw onderkomen vinden, ditmaal in de Pottemakerstraat, waar ze een nieuwe congregatie oprichten. Het is pas in 1801 dat de congregatie door het decanaat van Brugge en de algemene overste van Mechelen erkend wordt als congregatie van de zusters Apostolinnen te Brugge, onafhankelijk van Mechelen. Met toestemming van de bisschop huren de zusters een deel van het klooster van de paters Karmelieten in de Ezelstraat. In 1835 verhuizen ze definitief naar de gebouwen van de familie Adornes, Peperstraat 3 en de Jeruzalemkerk wordt hun kloosterkerk.

De zusters zijn dienstbaar in het onderwijs en het spellewerk, tevens verzorgen ze de was en strijk van de liturgische gewaden van alle kerken van Brugge. Er worden scholen opgericht voornamelijk een kantschool. Onder impuls van de toenmalige directeur E.H. P. Maes worden er stichtingen ondernomen over gans West-Vlaanderen. In 1842 neemt hij het krankzinnigengesticht over in de Boeveriestraat. Sommige zusters volgen hem en zo ontstaat een nieuwe congregatie van de Zusters van de ‘Bermhertigheid Jesu (later het psychiatrisch instituut O.L.Vrouw, Koning Albertlaan I-Laan, 8).

De zusters in het klooster Jeruzalem blijven ook niet stil. In 1954 wordt gestart met de bouw van het rustoord Jeruzalem en treffen we de zusters nu ook aan in de lichamelijke en spirituele zorg aan zieke en bejaarde mensen. In 1984 nemen ze hun intrek in een nieuwbouw, het huidige klooster waar ze tot op vandaag verblijven.
De congregatie van de Zusters van O.L. Vrouw Hemelvaart wordt gesticht in 1819 door E.H. L. de Foere. De zusters betrekken het hof Bladelin dat in 1829 door de Foere wordt aangekocht. Ze maken zich aanvankelijk dienstbaar door een kantschool op te richten voor arme kinderen van Brugge, die geen toegang krijgen tot de parochiescholen. De spellewerkschole vindt onderdak in huize Miraumont en wordt genoemd de ‘Foersche schole’. In 1948, omdat het kantwerk meer in onbruik geraakt, wordt het oude huis Miraumont afgebroken en komt het rusthuis O.L. Vrouw Hemelvaart in de plaats. De roeping tot naastenliefde van de zusters richt zich vanaf nu op de bejaardenzorg. Omwille van het kantwerk ontstaat er een hechte band tussen de zusters Apostolinnen en de zusters O.L. Vrouw Hemelvaart. Het is Mgr. E. J. De Smedt die uiteindelijk beide congregaties in 1955 samenbrengt. Een nieuwe periode breekt aan.
De congregatie van de zusters van O.L.Vrouw van Zeven Weeën ontstaat in 1688 te Ruiselede als ‘de Verghaederinghe van Gheestelycke Dochters’ onder impuls van  onderpastoor Ignatius Plancke en Elisabeth Van Hulle, de eerste overste. Hun regel schrijft voor een leven te leiden van ‘volmaeckt christelijk leven ter eeren van het allerbitterste lijden onzes Heeren Jesu Christi en de droefheden van de allerheyligste Maghet ende Moeder Godts Maria’. De zusters voorzien met het spinnewiel in eigen levensonderhoud. Deze activiteit bezorgt de communauteit de naam van ‘Spinhuis’, de bewoonsters de naam van ‘Spinnersen’. Deze stellen zich ten dienste van de arme bevolking van wie het levensonderhoud voor een belangrijk deel afhangt van het spinnen.

De gemeenschap groeit en legt zich gaandeweg toe op onderwijs aan arme kinderen en zieken- en bejaardenzorg. Het klooster wordt uitgebreid met een kostschool, die grote bekendheid verwerft, later ook een ziekenhuis.

De Franse overheersing in 1799 maakt echter een einde aan de gestadige groei van het klooster. De zusters moeten hun klooster verlaten maar blijven actief dienst verlenen aan de bevolking. De gebouwen worden verkocht. Op 20 oktober 1803 kunnen de zusters het spinhuis terugkopen en de kostschool opnieuw oprichten. Mgr. F. Boussen keurt op 22 augustus 1835 de regel van de Zusters van Ruiselede goed, en op 16 mei 1836 wordt de congregatie van de zusters van O.L.Vrouw van Zeven Weeën als een volwaardige kloostergemeenschap officieel erkend. Ondertussen heeft het klooster al verschillende huizen in West-Vlaanderen en worden ziekenhuizen, rusthuizen en scholen gebouwd.

Omwille van belangrijke redenen en mede op vraag van Mgr. E.J. De Smedt, verbinden de zusters Apostolinnen en de zusters O.L. Vrouw Hemelvaart zich met de zusters van O.L. Vrouw van Zeven Weeën. We schrijven 1964. Er waait een nieuwe geest. De zusters verblijven op drie plaatsen in stad Brugge: in de Naaldenstraat (hof Bladelin), in de Oude Oostendse Steenweg (WZC Herdershove) en in de Stijn Streuvelstraat (WZC Jeruzalem).
De zusters van het klooster ‘Jeruzalem’. Zusters uit de voornoemde congregaties behoren sinds 1964 tot de gemeenschap van de zusters van O.L. Vrouw van Zeven Weeën. Ze realiseren mede de bouw van het huidige woonzorgcentrum Jeruzalem, dat in verschillende fasen tot stand komt. In 1984 nemen de zusters hun intrek in het nieuw klooster, aangebouwd aan het woonzorgcentrum, waaronder ook een zeer mooie kapel. Naast hun biddende en zorgende aanwezigheid bij de bewoners volgen de zusters het voetspoor van de Heer zelf door weldoend rond te gaan.

Op 14 september 2014 zijn de zes residerende zusters aanwezig op het 60-jarig jubileum van het woonzorgcentrum Jeruzalem. De overleden mede zusters worden piëteitsvol herdacht. Eind 2014 verlaat zuster Johanna Degrande het klooster voor het moederklooster in Ruiselede. Zuster Monique Callewaert volgt haar binnenkort. Zuster Lucrèce Ornelis, zuster Yolande Boudry, zuster Anne-Marie Grymonprez en zuster Noëlla Gardeyn doen op 4 april hun intrede in het WZC Westervier. In het gebouw zullen ze een aparte vleugel betrekken. We begrijpen heel goed dat het afscheid voor hen allen met pijn in het hart is.

Op de site Jeruzalem wordt voorzien om de bestaande gebouwen af te breken en in de toekomst op deze locatie een nieuw woonzorgcentrum te bouwen. Hiermee blijft men trouw aan de bezieling van de stichteressen. Vele jaren geleden zijn zij begonnen met de zorg op zich te nemen van hulpbehoevende personen in de Brugse binnenstad. De naam Jeruzalem is niet weg te denken in de stad. Hun werk en hun inzet worden verder gezet. Tevens danken we de zusters namens zeer velen voor hun jarenlange belangeloze inzet. En we heten hen te Sint-Kruis van harte welkom met het oprechte verlangen dat ze zich vlug zouden thuis voelen.